"Eenvoudige voeding, grote effecten – mijn verhaal over gezonder leven"

Gepubliceerd op 28 augustus 2025 om 19:36

Voeding is niet iets waar ik vroeger veel bij stilstond. Eerlijk gezegd was eten voor mij lange tijd gewoon iets wat je deed om de dag door te komen. In het arbeidersgezin waar ik opgroeide, stond er vaak aardappels, vlees en groente op tafel – voedzaam, eenvoudig en altijd op tijd klaar. Je at je bord leeg, bedankte netjes, en ging weer door.

Maar naarmate ik ouder werd, begon er iets te veranderen. Niet in één keer, maar in fases. Kleine signalen. Moe zijn na het eten. Een zwaar gevoel in mijn buik. Slechter slapen. Meer behoefte aan koffie om de dag door te komen.

Ik had toen nog niet in de gaten dat het met mijn voeding te maken had. Ik dacht: het zal de leeftijd wel zijn, of de stress van het werk. Maar toen ik met avondstudies begon – ik werkte fulltime én studeerde – merkte ik dat ik het me niet kon veroorloven om moe of futloos te zijn. Mijn lichaam moest mee, of ik zou het niet volhouden.

Dat was het moment waarop ik langzaam begon te experimenteren met wat ik at. Niet fanatiek, niet volgens een dieetboek, maar gewoon door te luisteren naar mijn eigen lichaam. Wat gaf me energie? Wat maakte me duf?

Zo ontdekte ik bijvoorbeeld havermout. Dat klinkt simpel, maar voor mij was het een openbaring. Ik was gewend om 's ochtends een paar boterhammen te eten – witbrood, met kaas of worst. Maar daarna had ik om tien uur alweer trek. Toen ik overstapte op een warme kom havermout, met wat noten en fruit, hield ik het ineens moeiteloos vol tot de lunch. Geen dip, geen gesnoep tussendoor.

Later kwamen er andere ontdekkingen bij. Rauwkost bij de lunch, bijvoorbeeld. Een paar stukjes komkommer, wortel of paprika – fris, knapperig, en het gaf me een soort helderheid in mijn hoofd. En blauwe bessen… die leerde ik pas echt kennen toen ik me ging verdiepen in voeding voor de hersenen. Ze werden genoemd als ‘superfood’, en eerlijk gezegd ben ik daar normaal gesproken een beetje sceptisch over. Maar ik merkte wel degelijk verschil. Een soort frisheid in mijn denken, moeilijk uit te leggen, maar voelbaar.

Koffie is er ook zo eentje. Ik was jarenlang een echte koffiedrinker – zwart, sterk, en veel. Maar op een gegeven moment merkte ik dat ik er onrustig van werd. Dat ik slecht sliep. Nu houd ik het bij twee kopjes in de ochtend. Daarna drink ik water met een schijfje citroen, of kruidenthee.

En dan vlees… ik ben opgegroeid met het idee dat vlees gewoon bij elke warme maaltijd hoort. Maar de laatste jaren ben ik daar anders naar gaan kijken. Niet vanuit een ideologie, maar puur vanuit gevoel. Als ik een stukje zalm eet, voel ik me daarna gewoon… beter. Lichter. Helderder. Dat had ik bij een zwaar stuk vlees zelden. Dus ben ik vis vaker gaan eten, en vlees wat minder.

Wat ik wil zeggen is dit: voeding is niet zwart-wit. Het is geen kwestie van goed of fout. Wat ik geleerd heb, is dat je kunt leren luisteren naar je lichaam – en dat je lichaam eerlijker is dan je hoofd. Als je er echt aandacht voor hebt, vertelt het je precies wat het nodig heeft.

Ik heb geen heilige graal gevonden, geen perfect menu voor elke dag. Maar ik heb wel rust gevonden in wat ik eet. En voor mij is dát de winst: weten wat goed voor me is, en daar met plezier van genieten.

 

Iedereen heeft zijn eigen weg te gaan als het om voeding en gezondheid gaat. Wat voor mij werkt, werkt misschien niet voor een ander – en andersom. Maar juist daarom ben ik benieuwd:

Welke veranderingen in je voeding hebben voor jou écht verschil gemaakt?
Wat heeft jou geholpen om je fitter, helderder of gewoon beter te voelen naarmate je ouder werd?

Laat het me weten – ik hoor graag van je. Misschien kunnen we van elkaar leren.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.